Team Centraal

Team Centraal is bedoeld voor (semi) residentiële teams die zich willen versterken in de team samenwerking.
De teams zijn de afgelopen jaren steeds zelfsturender of zelf organiserend geworden; ze maken een eigen ontwikkelplan, formuleren hun eigen doelen en stellen de te behalen resultaten vast. Het MT en de betrokken gedragswetenschappers faciliteren dit plan. De beleving eigenaar van het plan te zijn en zelf invloed te kunnen hebben op de plannen, verschilt per persoon en per team. Over de teams kan in het algemeen gezegd worden dat ze goed in staat zijn plannen en afspraken te maken. Het vasthouden aan de afspraken en elkaar daar op aanspreken verloopt echter soms moeizaam Dit lijkt samen te hangen met het ontbreken van heldere afspraken over wie de uitvoering van het plan bewaakt. In dit ondersteuningstraject besteden we met de teams aandacht aan het effectief en efficiënt vormgeven, uitvoeren en evalueren van hun eigen plannen.

Daarnaast werken de teamleden van de verblijfsteams in hun dagelijks werk intensief samen. Zij zorgen gezamenlijk voor een klimaat op de groep waar jongeren zich kunnen ontwikkelen en de gezinsdoelen behaald kunnen worden. Deze intensieve samenwerking vraagt voortdurend om afstemming, vertrouwen, openheid, jezelf en de ander goed kennen. Omdat dit niet vanzelfsprekend is, is het zaak dat teams hier geregeld aandacht aan besteden. Zoals er in gezinnen communicatiepatronen tussen gezinsleden ontstaan, gebeurt iets vergelijkbaars in een team pedagogisch medewerkers. Met elk team exploreren we de bestaande communicatiepatronen en de taak- en rolverdeling tussen teamleden die daarmee samenhangen. De bedoeling hiervan is het team te begeleiden bij het versterken en benutten van effectieve vormen van communicatie en het bijstellen van de patronen in het team waar dat wenselijk lijkt.

Algemene doelen van dit traject:
• Verbeteren teamsamenwerking en teamprocessen zijn verbeterd ten behoeve van de gezamenlijke doelstelling: een optimaal pedagogisch klimaat voor de jongeren die in de groepen verblijven.
• De teamleden beschouwen zichzelf als eigenaar en bewaker van de ontwikkelplannen die zij zelf opstellen en handelen daarnaar.
• De teamleden nemen ieder de verantwoordelijkheid voor het eigen aandeel in de teamsamenwerking en geven elkaar hier op een constructieve wijze feedback op.
• De teamleden zijn op de hoogte van elkaars sterke en aandachtspunten en weten elkaars capaciteiten te benutten.
• De teamleden reflecteren met elkaar op hun professionele handelen
• Gedragswetenschappers en MT ondersteunen dit proces en hanteren een passende ondersteunings- en leiderschapsstijl

Deze bovenstaande algemene doelen werken we per team nader uit in teamdoelen die specifiek voor het team in kwestie gelden.

Algemene opzet Team centraal:

Startbijeenkomst: Pi Research bespreekt met het team wat de specifieke vraag en doelen zijn. Wat lukt er nu al goed en wat zijn de wensen tot verandering ten aanzien van de teamsamenwerking.
Observeren uit eerste hand: Aanwezig zijn bij een teamvergadering met de bedoeling een beeld te vormen van de samenwerking en communicatie in het betreffende team.
Begeleiden van bijeenkomsten over samenwerking: Afhankelijk van de gestelde doelen worden de onderwerpen vastgesteld. Onderwerpen die hoogst waarschijnlijk voorbij komen zijn: zelfsturing, wat betekent dit voor mij handelen?, besluitvorming, positie in het team, patronen in omgang met elkaar, accepteren van verschillen, veiligheid in samenwerking, feedback geven. We sluiten de bijeenkomsten af met een Concrete Aanzet tot Beweging: Elk teamlid werkt tussen de bijeenkomsten door aan zijn/haar eigen goede voornemens.
De bijeenkomsten worden voor- en nabesproken met de betrokken gedragswetenschapper.
Coachen van de coaches: Het begeleiden van de gedragswetenschappers en het MT wordt parallel aan de teambijeenkomsten vormgegeven. Hoe zien zij zelfsturing van de teams, wat vraagt dit van hun manier van begeleiden. De onderwerpen die hierboven staan genoemd bij de teambijeenkomsten, zullen ook in deze samenstelling voorbij komen.

Meer informatie?
Neem contact op met e.tacq@piresearch.nl of 06-28989593

Samenwerking PI Research-Gezin Centraal

Op 1 september 2018 hebben wij – PI Research en Gezin Centraal – een samenwerkingsovereenkomst gesloten waarmee Gezin Centraal onderdeel is geworden van PI Research. We zien dit als een verrijking voor beide organisaties en verwachten dat we op deze manier nog beter en efficiënter kunnen inspelen op jullie vragen en wensen.

Waarom deze samenwerking?
De aanleiding voor dit besluit vormt onze gezamenlijke ambitie om de bijdrage van Gezin Centraal aan de Nederlandse jeugdsector te verbreden en te verstevigen. In de verkennende gesprekken hebben we veel gemeenschappelijkheid in visie en aanpak kunnen vaststellen, waardoor een keuze voor nauwere samenwerking voor de hand lag.
Door de integratie van Gezin Centraal in PI Research ontstaat er een kruisbestuiving tussen Gezin Centraal en de verschillende methodieken en interventies van PI Research. Naar ons idee zal dit de verbinding en de wederzijdse beïnvloeding tussen ontwikkelaars en trainers van diverse pluimage bevorderen en een positieve bijdrage leveren aan de kwaliteit en de relevantie van de afzonderlijke programma’s, dus ook van Gezin Centraal.

Wat verandert er, wat levert het op?
Het Kenniscentrum Gezin Centraal is onderdeel geworden van PI Research en twee van de drie medewerkers – Renske van Bemmel en Ella Tacq – zijn bij PI Research in dienst gekomen. Arjan Bolt zal als zelfstandig ondernemer met ons samenwerken. De maatschap Buro Bolt wordt opgeheven.
De nieuwe constructie biedt mogelijkheden om de kenmerkende werkwijze van Gezin Centraal in de gehele breedte van de jeugd- en gezinshulp op grotere schaal te implementeren en toe te passen. Tegelijk verwachten we flexibeler en meer op maat te kunnen werken, mede doordat er meer samenhang en verbinding ontstaat tussen de verschillende interventies.

Wat blijft hetzelfde?
Renske van Bemmel en Ella Tacq blijven eindverantwoordelijk voor Gezin Centraal en alle eerder vastgelegde trainings- en coachingstrajecten blijven op dezelfde manier doorlopen. De samenwerking met Praktikon rond het monitoren van kwaliteit bij Gezin Centraal zetten we onverminderd voort.

Mocht je vragen hebben, dan beantwoorden we die graag.

Met vriendelijke groet,

Renske van Bemmel
Arjan Bolt
Ella Tacq
Gonnie Albrecht, directeur PI Research

Contactgegevens: PI Research, Rijksstraatweg 145, 1115 AP Duivendrecht, 020 6501501 www.piresearch.nl, e.tacq@piresearch.nl | r.vanbemmel@piresearch.nl

Het coachingsgesprek

Teamcoaching is een belangrijk onderdeel van onze methodiek. Het in teamverband reflecteren op je eigen handelen is namelijk een van de belangrijkste werkzame factoren voor effectieve jeugdhulp, zo blijkt uit onderzoek. Een gedragswetenschapper die werkt vanuit Gezin Centraal kan dit onderschrijven. Zij coacht de teams van twee 24-uursgroepen en in een van deze behandelgroepen was onlangs een nieuw jongetje gekomen. Hij liet veel grensoverschrijdend gedrag zien, wat voor de meeste teamleden ingewikkeld was; ze voelden zich onzeker in hun handelen en waren erg aan het zoeken hoe ze met hem moesten omgaan. Hoe kon de gedragswetenschapper het team hierin coachen; welke interventie kon ze het best inzetten?

‘Als eerste ging ik bij mezelf te rade hoe mijn samenwerkingsrelatie met het team was,’ vertelt zij. ‘Ik constateerde dat die vooral nog zoekend was. Er waren veel wisselingen geweest en daarbij was er in het team een negatieve spiraal ontstaan. De teamleden letten – bij zichzelf, bij elkaar en bij de kinderen – vooral op wat er niet goed ging. Het was dus belangrijk om te werken aan het ombuigen en doorbreken van die spiraal.

Met die gedachte in mijn achterhoofd heb ik het team voorgesteld om met video-opnamen te gaan werken, waarbij ieder teamlid een opname zou maken van een maaltijdsituatie. Vervolgens bespraken we die opnamen in het team, met de focus op wat er goed ging. Eerst benoemden de teamleden drie krachten die ze bij zichzelf zagen en pas daarna keken ze naar wat er anders kon. Dit leverde bewustwording op; ze zagen wat ze goed deden en ze kregen weer meer vertrouwen in zichzelf. Ook werkte het als een olievlek: ze kregen meer waardering en respect voor elkaar en zagen ook bij de kinderen meer positieve dingen.

Bovendien werden ze erin bevestigd dat ze met hun aanpak van de “moeilijke” jongen op de goede weg zaten. Al voor ze waren begonnen met de video-opnamen hadden ze hem een andere plaats aan tafel gegeven en bij het terugkijken zagen ze dat dit een goede keus was geweest. Hij had letterlijk meer bewegingsruimte wat weer een positieve invloed had op zijn gedrag. De teamleden konden dus tevreden zijn over de interventie die ze hadden ingezet.’

Boekpresentatie … save the date!

Donderdag 29 juni presenteren we de totaal herziene versie van GEZIN CENTRAAL! De verschijning van dit nieuwe en nuttige boek, vieren we graag samen met een ieder die de jeugdhulpverlening een warm hart toedraagt.

De verschijning van dit nieuwe en nuttige boek, vieren we graag samen met een ieder die de jeugdhulpverlening een warm hart toedraagt.

Wanneer:                  29 juni 2017
Hoe laat:                    15.30 uur – 17.30 uur
Waar:                         Portaal, Beneluxlaan 9, Utrecht
Wat:                           Presentatie van een totaal herziene versie van Gezin Centraal

Zet je de datum alvast in je agenda? De officiële uitnodiging volgt binnenkort.
Maar aanmelden kan nu al via: info@gezincentraal.nl
We hopen je dan te zien om, samen met ons, het glas te heffen op deze mijlpaal.

Arjan Bolt, Renske van Bemmel en Ella Tacq.

 

 

 

Wijkcongres op 16 mei

Het Gezin Centraal in wijkgerichte jeugdhulp: zorgen dat wat je doet ook echt werkt

De Kinderombudsman en Jeugdzorg Nederland stelden kortgeleden dat de kwaliteit van gemeentelijke jeugdhulp vaak tekortschiet, omdat wijkteams veelal genoopt zijn te veel tijd en energie te steken in bureaucratie en organisatorische randzaken.

´Het doel was vroegtijdige, deskundige jeugdhulp en maatwerk door de wijkteams en specialistische hulp voor wie het echt nodig heeft. Helaas werkt de praktijk te vaak anders…. Er is op korte termijn een verbeterslag nodig in het functioneren van de wijkteams’. (uit: brief van koepelorganisaties, waaronder als Jeugdzorg Nederland aan Tweede Kamercommissie VWS & V&J, 22 febr. 2017).

“Dit schetst het probleem,” aldus Arjan Bolt (o.a. ontwikkelaar/coach/trainer en werkzaam bij het kenniscentrum Gezin Centraal, auteur van de boeken Gezin Centraal, handboek voor ambulant hulpverleners en 1Gezin 1Plan en spreker op het 5e Jaarcongres De kracht van het sociale wijkteam). “Door bureaucratie en overbelasting krijgt de transformatie in de wijkteams onvoldoende gestalte. Een voorbeeld hiervan is dat het nog steeds te lang duurt voordat een kind de juiste hulp krijgt, dat de vragen en doelen van gezinnen vaak niet centraal staan en dat de ontkokering (dus het opheffen van de scheiding tussen hulpvormen en deelsectoren) nog niet heeft plaatsgevonden.

Daarbij komt nog dat wijkteammedewerkers veel samenwerkingsproblemen ervaren met andere zorgaanbieders en scholen, omdat die hun eigen systemen en uitgangspunten hanteren. Resultaat is dat zaken als ‘eigen kracht’ en ‘zelfsturing’ van cliënten vaak een wassen neus is, omdat veel zorginstellingen en hulpverleners nog steeds veel óver hen beslissen in plaats van cliënten te helpen zelf beslissingen te nemen.”

Het Gezin Centraal
Het Gezin Centraal doet het anders. “Het uitgangspunt van Gezin Centraal is dat de vragen, doelen en wensen van het gezin dat hulp nodig heeft, altijd leidend is voor het handelen van professionals,” aldus Bolt. “Hulp is bedoeld om het zelf-oplossende vermogen van een gezin en van gezinsleden te bevorderen. Hierbij zien we het gezin en niet uitsluitend het kind als cliënt. Verder is bij Gezin Centraal belangrijk dat hulp zich richt op concrete gedragsverandering, dus meetbare verbeteringen, en is het belangrijk dat professionals ook voortdurend toetsen of hun interventies effect hebben. Jeugd- en gezinshulp moet vooral werken uiteraard.”

Waarom u het 5e Jaarcongres De kracht van het sociale wijkteam niet mag missen?
Tijdens zijn deelsessie op het 5e Jaarcongres De kracht van het sociale wijkteam gaat Arjan Bolt, samen met Renske van Bemmel (ook ontwikkelaar/coach/trainer en werkzaam bij het kenniscentrum Gezin Centraal), in op de vraag hoe je gestalte geeft aan de verbeterslag waar de geciteerde brief op doelt. De verbeterslag heeft dus betrekking op de bekwaamheid van de teamleden om te doen waarvoor ze in het leven geroepen zijn. Daarnaast geven zij antwoord op de volgende vragen:

  • Wat kun je doen om meer energie te steken in de facetten van je werk waar je goed in bent en wat je belang aan hecht (we gaan ervan uit dat het daarbij gaat om het daadwerkelijke contact met cliënten – wijkteammedewerkers zijn veel te veel tijd kwijt aan andere taken).
  • Wat zijn de belangrijkste werkzame methodische elementen van een wijkteammedewerker?
  • Hoe kun je op een eenvoudige manier achterhalen wat de resultaten van je werk zijn? Wat cliënten daarover te melden hebben?
  • Wat kun je doen om beter/ effectiever te worden in de uitvoering van je werk en van de methodische elementen daarvan? (Hoe kun je leren / je ontwikkelen / professionaliseren in het dagelijks werk in het wijkteam?)

Naast bovenstaande deelsessie, zijn er voor u nog meer deelsessies om uit te kiezen tijdens het 5e Jaarcongres De kracht van het sociale wijkteam! Meer informatie over het plenaire programma en het volledige deelsessie-aanbod kunt u vinden op www.wijkteamcongres.nl. Wij zien u graag op dinsdag 16 mei!

Dit artikel staat op www.sozio.nl

 

Pollepelgate: hoe melden een doel op zich lijkt te zijn

“Ik heb Anthony een paar keer flink op zijn kop gemept met de pollepel. Dat is niet OK en mij doet het meer pijn dan hem. Maar wat moet ik dan?” Zo start een gesprek tussen jeugdhulpverlener Karima en Janice, de wanhopige moeder van de opstandige 14-jarige Anthony. De openheid van moeder blijkt de aanloop naar ‘pollepelgate’ te zijn.

Janice gelooft dat Anthony gevaar loopt in de criminaliteit te belanden en in aanraking te komen met geweld op straat dat daarmee samenhangt. Kortgeleden vernam zij van een wijkagent dat Anthony veel optrekt met jongens die in de wijk drugs dealen. Vandaag vond ze wiet in de broekzak van Anthony en toen was de boot aan.

Karima onderkent de risico’s onmiddellijk en vertelt dat er zoiets bestaat als Veilig Thuis. “Veilig Thuis kan gezinnen hulp bieden als een kind in gevaar is”, legt ze uit. Ze besluiten samen te bellen. “Met het meldpunt voor kindermishandeling en huiselijk gewè-held…”, schalt het door de luidspreker die Karima per ongeluk een beetje te hard had gezet. Karima kijkt naar Janice en ziet haar bleekjes wegtrekken…

‘Hebt u eigenlijk al een melding gedaan?’

Het succes van hulp hangt sterk af van het vermogen om een constructieve samenwerking op te bouwen.

Karima zegt snel: “Ja hallo, met Karima hier én met Janice, de moeder van Anthony. Sámen bellen we jullie op omdat Janice zich ernstig zorgen maakt om de veiligheid van Anthony. Janice, vertel jij waar we het zojuist over hebben gehad?”.
Janice: “OK, eh, ik vond dus wiet in zijn broekzak en raakte in paniek….ik riep Anthony, hij ontkende en toen heb ik hem een paar tikken met de pollepel …”. De medewerker van Veilig Thuis onderbreekt haar: “Wat hoor ik daar mevrouw Karima? Wordt er in dit gezin dat ú begeleidt geslagen met pollepels? Heeft u eigenlijk al een melding gedaan?”

Het voorgaande waargebeurde voorval illustreert hoe het middel Meldcode Kindermishandeling en Huiselijk geweld een doel op zich lijkt te zijn. Maar van melden an sich wordt geen kind veiliger. Zeker niet als de aanpak en wijze van communiceren, zoals hierboven, het wantrouwen van ouders aanwakkert.

Engageren en positioneren

De bedoeling van professioneel ingrijpen in verband met onveiligheid en mishandeling is: cliënten als Anthony en Janice helpen maatregelen te treffen die de veiligheid van een kind of jongere doen toenemen. Dat was de focus van Karima toen ze voorstelde Veilig Thuis te bellen. Het succes van dergelijke hulp hangt in sterke mate af van het vermogen van professionals om met de betrokkenen een constructieve samenwerking – ofwel partnerschap – op te bouwen. Het is daarbij zaak om in het contact met cliënten het evenwicht te vinden tussen ‘engageren’ en ‘positioneren’. Engageren wil zeggen dat je energie steekt in de verbinding met gezinsleden en personen uit hun netwerk en dat je begrip toont en goede intenties onderkent. Positioneren wil zeggen dat je in woorden en daden vastberaden vasthoudt aan de bedoeling dat onveiligheid, het gevaar op nieuwe mishandeling, móet stoppen.

Gezamenlijk zoeken naar oplossingen

Hulpverlener Karima steekt geen preek af over de onaanvaardbaarheid van Janice’s pollepelpedagogiek. Janice is open geweest over het voorval omdat ze Karima vertrouwt. Dat is de belangrijkste basis voor partnerschap. Gezamenlijk zoeken ze naar oplossingen voor de bedreiging van Anthony’s welzijn die Janice als veel gevaarlijker beschouwt dan een paar tikken met een pollepel. Oplossingen die deels in de (sociale) omgeving gevonden worden.

Tegelijk bijt Karima zich vast in het voorkomen van een herhaling van de pollepelscène, bijvoorbeeld door alternatieve opvoedingsstrategieën te bespreken en te oefenen. Omwille van het hoofd van de zoon, het hart van de moeder én het keukengerei, is het voorkomen van herhaling precies dat wat Anthony en Janice zelf ook willen.

De gebruikte namen zijn gefingeerd.

Auteur: Arjan Bolt, Gezin Centraal.

 

Heb je haast, pak een stoel

Veel professionals in gemeentelijke wijk- en jeugdteams raken overbelast door een overmaat aan bureaucratie. Daardoor schieten activiteiten die bedoeld zijn om de professionele ontwikkeling te bevorderen er vaak bij in. Dit moet anders. Werkdruk bestrijd je door doelbewust tijd te reserveren om als team te reflecteren op methodisch handelen.

Onlangs sprak ik een teamleider van een jeugdteam in een kleine gemeente. ‘Mijn medewerkers zijn zwaar overbelast’. ‘Hoe dat zo?’, vroeg ik. Waarop zijn antwoord was: ‘Ze hebben hun handen vol aan het schrijven van indicaties, beschikkingen en het invullen van lijsten en matrixen’. Ik: ‘Hoeveel procent van hun tijd besteden ze in de praktijk aan het bieden van ambulante gezinshulp, het werk waarvoor ze zijn opgeleid?’ De teamleider: ‘Ik schat zo’n 10-15%. We dreigen een nieuw soort bureautje-jeugdzorg-in-het-dorp te worden. En aan intervisie komen we al helemaal niet toe.’

Deskundigheidsbevordering

Ondanks de onevenredige aandacht van veel wijkteams voor procedurele zaken als indicaties en beschikkingen groeien de wachtlijsten, wordt hulp te laat ingezet en ontbreken vaak gedegen plannen, zo stelt een recent rapport van de Ombudsman over de kwaliteit van de gemeentelijke jeugdhulp. De overbelasting die veel wijkteammedewerkers ervaren is hier mede debet aan.

De teamleider die ik sprak benaderde me met een verzoek om deskundigheidsbevordering voor zijn team. Is dat wel verstandig als een team zich overbelast voelt? De oude Chinezen wisten het: ‘Heb je haast, pak een stoel’.

Professionals in wijkteams hebben er behoefte aan om door collega’s en coaches geïnspireerd en gescherpt te worden. En ze willen de tijd kunnen nemen om geregeld van gedachten te wisselen over de inhoud van hun vak. Deskundigheidsbevordering in de vorm van teamcoaching, supervisie en werkbegeleiding dreigen echter bij veel wijkteams door de bureaucratische druk en bezuinigingsdrift van gemeenten in een verdomhoekje te raken. Op dit punt is een kentering nodig. Investeren in de professionele ontwikkeling door gericht ‘leren op de werkvloer’ is een voorwaarde om effectieve hulp te kunnen bieden.

Afstand van de waan van de dag

De vraag van de teamleider snijdt hout. Werk je in een team dat wordt overbelast? Neem juist dan met elkaar de tijd om een ‘stoel te pakken’. Dat doe je door als team structureel te reflecteren op methodisch handelen. Ik doel niet op de ‘casuïstiek-besprekingen’ waarbij een team brainstormt over cliënten en bedoeld of onbedoeld beslissingen voor hen neemt. Dat is ineffectief en zonde van je tijd. Spreken over en beslissen voor cliënten draagt nu eenmaal niet bij aan versterken van hun eigen regie. Methodische reflectie houdt in dat je met elkaar bepreekt wat je precies in gesprekken met cliënten hebt gedaan, met welk doel je dat deed en wat dat opleverde. Feedback van cliënten, collega’s en coaches benut je vervolgens om je verder te ontwikkelen. Bijvoorbeeld door methodische elementen van je werkwijze gericht in teamverband te oefenen.

Teams die hier ervaringen mee opdoen, merken dat coaching en reflectie bijdragen aan het werkplezier en werkdruk helpen verminderen. Door tijd te nemen voor reflectie, creëer je afstand van de waan van de dag. Dat biedt ruimte aan het oplossingsgerichte adagium: ‘Werkt iets niet? Doe dan iets anders.’ En aan: ‘Werkt het? Doe het vaker!’

Geschreven door Arjan Bolt, Gezin Centraal

Werken met vragenlijsten

Een belangrijk onderdeel van de methodiek Gezin Centraal is het meten van problematiek en het monitoren van het hulpverlenend handelen. Dit werken met vragenlijsten doen we niet zomaar. Uit onderzoek blijkt namelijk dat het meten van resultaten tijdens een behandeling bijdraagt aan het succes ervan. Ouders voelen zich erkend en meer verantwoordelijk voor het slagen of falen van de hulp. Maar dit werkt alleen als de vragenlijsten ook gebruikt worden als communicatiemiddel in gesprekken met ouders. Dit wordt in de wetenschappelijke literatuur ‘therapeutisch meten’. Meer weten? Klik op de link voor het artikel werken met vragenlijsten