Lidy Bootsveld en Elian Bruynen werken als ambulant begeleiders bij Frion, een instelling die ondersteuning biedt aan cliënten met een verstandelijke beperking. In 2015 volgden ze met hun team een training van Gezin Centraal en sindsdien hebben ze nog regelmatig ‘terugkomdagen’. Elian vertelt: ‘Ik werk nu ruim vijftien jaar bij Frion en eigenlijk gebruikten we de methodiek Gezin Centraal al voordat we de training kregen. Het uitgangspunt van de begeleiding is altijd dat de cliënt de regie heeft; dat geldt net zo goed bij cliënten met een verstandelijke beperking. Door het volgen van zo’n training sta je daar weer eens bij stil. Voor mij is het allerbelangrijkste dat ik zoveel mogelijk neutraal ben en niet mijn eigen normen en waarden aan cliënten opdring.’ Hoe belangrijk dit is, merkten Elian en Lidy bij een cliënte die ze allebei een periode hebben begeleid.
Deze cliënte had al veel meegemaakt en het vertrouwen in hulpverleners was tot een dieptepunt gedaald. ‘Als ik in het begin weleens zei: “je moet…”, ging meteen de deur dicht,’ aldus Elian. ‘Het was duidelijk dat dat niet werkte. Tegelijk wilde ze wel haar kind bij zich houden en had ze hulp nodig om dat voor elkaar te krijgen. Door haar positief te stimuleren, te zoeken naar wat er goed ging en daarop verder te bouwen, ging het stapje voor stapje beter en groeide haar zelfvertrouwen. Ook lieten we haar duidelijk merken dat we niets buiten haar om deden, waardoor ook heel langzaam het vertrouwen in ons groeide. Een belangrijk instrument in de methodiek is de ‘samenwerkingsmatrix’. Je moet je als hulpverlener bewust zijn op welk punt je staat in de samenwerkingsrelatie met een cliënt. Daarvan hangt af wat je van die cliënt kan vragen en wat je tegen hem of haar kan zeggen.’ Wat Lidy vooral van de training heeft opgestoken is om op moeilijke momenten even pas op de plaats te maken. ‘Dan ga ik rustig zitten en zet ik op papier waarop ik vastloop. En door het bijvoorbeeld ook met collega’s te bespreken, word ik me meer bewust van de dingen die er spelen en vind ik vaak weer een opening.’
Met de cliënte gaat het inmiddels goed en de begeleiding is afgebouwd. Zelf vertelt ze daarover: ‘Negen jaar geleden, mijn zoontje was toen nog een baby, was ik echt mensenschuw. Ik had heel veel problemen en vertrouwde niemand. Maar wat ik heb geleerd, ook door traumatherapie, is om anderen toe te laten en om hulp te vragen als dat nodig is. Ik dacht altijd: ik kan niks, maar nu ben ik echt trots op wat ik heb bereikt.’
